About the crazy life after having babies

Ken jij het BREIN van je kind? Deel 1

safe-jobssavelives-300x300 Ken jij het BREIN van je kind? Deel 1Laatst hoorde ik Sophie in de tuin keihard gillen. Ik schrok me rot, want het klonk alsof er iets heel ergs was gebeurd. Ik rende naar haar toe en daar stond ze: op een stoel met haar handen in de lucht.

 

Ik zag geen bloed, dus geen code rood. Ik vroeg haar wat er aan de hand was. Ze schreeuwde: ‘kan niet bij!’ waarna ze weer in huilen uitbarstte.

 

Wat bleek? Mijn kleine peuter was in alle staten omdat ze de MAAN niet vast kon pakken.

 

Lichamelijke ontwikkeling

 

Wij als moeders weten eigenlijk alles van de lichamelijke ontwikkeling van ons kind. We weten dat een baby van een week omvalt als je hem neerzet. We weten ook dat een baby eerst gaat kruipen (als het goed is) voordat het gaat lopen.

 

Je weet dat je, als je verwacht van een baby van 3 maanden dat het kan fietsen, je onmogelijke eisen aan je baby stelt. Je kan hem zo vaak op de fiets zetten als je wilt. Je kan boos worden op je baby, schreeuwen dat hij naar je moet luisteren of in de hoek zetten omdat het niet doet wat je vraagt. Je hebt alleen jezelf ermee, want je baby kán dat lichamelijk dan nog niet.

 

Nu denk je misschien: ‘ja logisch. Ik ben niet achterlijk en ik weet dat ik dat niet van een baby van 3 maanden kan vragen’. Dit is ook wel een open deur voorbeeld, maar eigenlijk doen we dit best vaak in de praktijk. Maar dan op een andere manier.

 

Zoals ik al eerder aangaf weten we alles over de lichamelijke ontwikkeling van een kind (en zo niet weet een andere moeder dat je wel te vertellen).  Maar wat weten we eigenlijk van de ontwikkeling van de hersenen? Dit kleine, maar o zo belangrijke deel van het lijf van je kind?

 

Sophie is inmiddels ruim 2 jaar oud. Ze is een echte peuter en raast heen en weer tussen ultieme blijheid en ‘ik-ga-op-de-grond-liggen-huilen-en-stampen’-boosheid. Hoe ga ik daar mee om? Kan ik van Sophie verwachten dat ze naar mij toe komt en zegt:

 

‘Mam, ik had net even een momentje van frustratie. Ik wilde namelijk graag de maan even vasthouden, maar zelfs toen ik op een stoel was gaan staan lukte het me niet. Gelukkig bedacht ik me dat hij wel erg hoog in de lucht stond omdat ik er vogels onderdoor zag vliegen. Toen wist ik dat ik er niet bij zou kunnen. Zelfs niet met jullie hulp. Nu ga ik spelen met de bal. Doei.’

 

Naja, ik weet natuurlijk niet hoe jullie kinderen zijn, maar die van mij stond gewoon lekker bovenop een stoel het springend uit te schreeuwen van frustratie. En ik was degene die dit mocht oplossen.

 

Ik kon op dat moment op verschillende manieren reageren:

  1. Ik kon boos worden, omdat ze me stoorde terwijl ik net lekker stiekem koekjes aan het eten was in de keuken.
  2. Ik haar onderwijzen, door te vertellen dat de maan 384.400 km van de aarde verwijderd is, dus dat zij daar onmogelijk bij zou kunnen.
  3. Ik kon keihard gaan lachen, omdat de situatie ontzettend hilarisch is: echte peuterlogica.
  4. Ik kon haar serieus nemen en zeggen dat mama ook wel eens de maan vast zou willen houden, maar dat dat nu eenmaal niet kan omdat hij heel hoog in de lucht staat.

 

Welke is de juiste?

 

Ik heb met een combinatie van nummer 3 en 4 gereageerd. Ik heb haar gezegd dat het naar was dat het haar niet lukte, maar dat het mama (en zelfs papa) ook niet zou lukken. Daarna hebben we alle boekjes bij elkaar gezocht waar een maan in stond. Die konden we namelijk wel aanraken.

 

Nu is dit een situatie die ik (naar mijn eigen mening) best goed heb opgelost. Maar ik ken natuurlijk ook de momenten van wanhoop als je kind midden in de speeltuin een complete meltdown krijgt omdat een ander kind haar schepje pakt. Pfff. Hoe ga ik daar nou weer mee om?

 

Hoe vaak ik dan ook uitleg dat andere kinderen ook met haar schep mogen spelen (aangezien ze er drie meeheeft) en dat ze moet delen; elke keer weer is het één groot drama. En o wee als je aan haar emmertje komt!

 

Ik ken de blikken van anderen, de opmerkingen van ‘gelukkig doet mijn kind dat niet’ en natuurlijk de adviezen van ‘je moet ze strenger aanpakken’. Het lastige is dat ik zag dat het geen opzet was van Sophie om een complete meltdown te krijgen, maar dat het haar overkwam.

 

Wat kan ik op zo’n moment verwachten van mijn tweejarige?

Verwacht ik van haar het onmogelijke als ik haar zeg te delen met anderen? Alsof ik een baby vraag te fietsen? Of kan ik boos worden omdat ze voor de zoveelste keer niet naar mij luistert en niet deelt?

 

Deze vragen hebben  mij een behoorlijke tijd bezig gehouden (en nu nog steeds). In mijn volgende blogposts zal ik vertellen welke antwoorden ik voor mezelf gevonden heb!

 

Ik ben ontzettend benieuwd naar jullie ervaringen met complete meltdowns! Let me know?

 

Xxx Liset



2 thoughts on “Ken jij het BREIN van je kind? Deel 1”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *